Lt-Generaal D. Starink legt dit jaar de laatste hand aan zijn proefschrift over de militaire luchtvaart in Nederland tijdens het interbellum. Hij hoopt dit najaar op dit thema te promoveren aan de Universiteit van Amsterdam. Vanavond licht generaal Starink enkele interessante uitkomsten van zijn onderzoek aan ons toe.
In maart 1910 werd in Nederland de Militaire Luchtvaart Commissie opgericht, die voorstellen moest doen voor het oprichten van een luchtvaartafdeling van het leger. Secretaris was Henk Walaardt Sacré, kapitein bij de genie. Hij was lid van de Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart en hij kreeg van generaal-majoor C.J. Snijders alle ruimte om zich te specialiseren in de militaire luchtvaart. In april 1912 bracht de commissie een eindrapport uit, waarin werd geadviseerd tot het oprichten van een luchtvaartafdeling, die zou beschikken over luchtballons, luchtschepen en vliegtuigen. In maart 1913 kocht de Staat der Nederlanden bij Soesterberg een vliegheide aan die zou gaan dienen als vliegveld voor de Luchtvaartafdeeling (LVA). Minister van Oorlog Hendrik Colijn diende het voorstel tot de vorming van een 'Proef-Afdeeling' in. Het plan kwam door de Tweede Kamer maar de eigen luchtballons en luchtschepen, waar Walaardt Sacré zo'n voorstander van was, werden geschrapt. De Luchtvaartafdeeling zou alleen over vliegtuigen beschikken. De organisatie werd op 1 juli 1913 officieel opgericht, als afdeling van de Koninklijke Landmacht. Walaardt Sacré werd tot commandant benoemd. De LVA beschikte over een Spyker automobiel voor Walaardt Sacré, en een van Marinus van Meel gehuurde tweedekker de Brik. De eerste vier militaire vliegers hadden in het buitenland hun vliegbrevet gehaald, op eigen kosten. In 1915 werd begonnen met het opleiden van vrijwilligers tot militair vlieger; aanvankelijk alleen officieren, en vanaf 1916 ook lageren in rang. Kapitein-vlieger Willem Versteegh werd de belangrijkste instructeur. Gevlogen werd met enkele Farman toestellen. Ook beschikte de LVA over toestellen van de strijdende partijen uit de Eerste Wereldoorlog die in Nederland een noodlanding hadden moeten maken. Walaardt Sacré bouwde de organisatie op, en onder zijn leiding werden nog zes militaire vliegvelden ingericht. In het interbellum (de periode tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog) werd er weinig geïnvesteerd in de Luchtvaartafdeeling. Dit werd veroorzaakt door een groot vertrouwen van de politiek in de neutraliteit van Nederland, door welke houding ze uit de Eerste Wereldoorlog bleven ondanks pogingen om toe te treden tot een van beide kampen. Verder hechtte men veel geloof in de pas opgerichte Volkenbond die voor wereldvrede moest zorgen. Te laat kwam men erachter dat de neutraliteit gewapenderhand verdedigd moest worden bij een volgende oorlog. De bestellingen die in 1938 en 1939 werden geplaatst kwamen te laat of nooit aan om de neutraliteit te handhaven. Nadat de LVA in 1932 was gereorganiseerd, waarbij de technische dienst werd afgesplitst als Luchtvaartbedrijf (LVB), werd de organisatie op 1 juli 1939 omgevormd tot de Luchtvaartbrigade.

Op 11 april waren dertig leden en introducés te gast bij de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD). Zij werden ontvangen door Adjudant Onderofficier Ab Djoefrie en welkom geheten door de commandant EODD, Kolonel KLu Marco Kathmann.
Het bezoek begon met een presentatie over de taak, organisatie en werkwijze van de EODD. Na vele jaren de afzonderlijke krijgsmachtdelen permanent bijstand te hebben verleend zijn de opruimingsdiensten van luchtmacht, landmacht en marine medio 2009 samengevoegd tot EODD met als hoofdlocatie de Sergeant-majoor Scheickkazerne in Soesterberg en een buitenpost in Den Helder. De naam van de kazerne herinnert aan de eerste explosieven ruimer die na de Tweede Wereldoorlog bij zijn werk om het leven kwam toen hij op een mijn stapte.
De kazerne heeft een buitenterrein met uitgebreide faciliteiten voor oefening en training. De OEDD telt 224 voltijd formatieplaatsen, maar kampte begin 2013 met veertig vacatures. Er komen per jaar ongeveer 2000 meldingen binnen - zo’n vijf per dag - waarop actie moet worden ondernomen. Daarvoor staat 24/7 op locatie Soesterberg één ruimteam paraat op vijf minuten (Notice to move), één team op één uur en drie teams op drie uur. Een team bestaat uit een ruimer, een assistent/ruimer en een chauffeur-helper. Van de meldingen gaat het elk jaar in ruim 200 gevallen om geïmproviseerde explosieven en gemiddeld zijn er ruim 50 maritieme meldingen. Voor die laatste is in Den Helder een team binnen een uur beschikbaar. In totaal beschikt de EODD over 36 grondgebonden ruimteams en 12 maritieme ruimteams (met duikers). Om elkaar bij dit gevaarlijke werk scherp te houden en routine te vermijden wisselen de teams elke drie weken van samenstelling. De EODD heeft een eigen opleidingsschool en ook een kenniscentrum. Explosievendeskundigen van de EODD gaan mee op oefening en zij nemen ook deel aan alle operaties in binnen- en buitenland waarbij explosieven worden gebruikt. De EODD spoort geen explosieven op. Dat doet de genie met gebruik van metaaldetectors. Het is de taak van de EODD om die explosieven onschadelijk te maken, of door ze te demonteren of door ze ter plaatse tot ontploffing te brengen. In beginsel worden geen explosieven verplaatst. In het tweede deel van het bezoek gaan we naar de instructie- en modellenzaal. Die bevat een verbluffend grote verzameling van allerlei soorten munitie. We krijgen deskundige en tot de verbeelding sprekende uitleg over gasgranaten uit de Eerste Wereldoorlog, over verschillende vertragingsmechanismen, over pantserdoorborende munitie, over handgranaten, over landmijnen, over clusterbommen, over nog veel meer. De hoeveelheid en de kennis van explosieven bij de EODD is ook sterk toegenomen door de expeditionaire inzet. Zoals in Cambodja, Joegoslavië, Irak en Afghanistan met munitie van westerse en niet-westerse makelij

Ten slotte wordt ons uitgebreid getoond hoe de EODD’ers te werk gaan bij het benaderen en zo nodig onschadelijk maken van zelfgemaakte explosieven. We krijgen uitleg bij de EOD-robots zoals die worden ingezet bij het onderzoeken van verdachte pakketjes. Vervolgens krijgt één van ons de gelegenheid om zich in het zware bompak te laten hijsen. We kwamen onder de indruk van het enthousiasme en de deskundigheid van de EODD/medewerkers. Hartelijk dank aan adj. Djoefrie en zijn collega´s voor dit zeer informatieve bezoek.
Op 18 maart werd de Algemene Ledenvergadering van onze regio gehouden, bijgewoond door bijna vijftig leden. Na een korte pauze was LtKol KLu Esmeralda Kleinreesink, thans als docent werkzaam bij de Nederlandse Defensie Academie, onze gast. Zij was van januari tot en met mei 2006 op uitzending als hoofd lucht- en grondtransportplanning voor de NAVO bij het hoofdkwartier van ISAF in Kabul (Afghanistan). Uit haar verhalen blijkt, dat er ook op zo’n hoofdkwartier van alles valt te beleven. En ze kan daarover boeiend en met de nodige humor vertellen. Ze vertelde over de ‘mooie’ beelden die ze over de komende uitzending had. En de andere werkelijkheid die zo anders bleek te zijn. Zoals die over haar vruchteloze poging om de vuile werkplek, die ze bij aankomst aantrof, met een doekje en ontsmettingsmiddel schoon te maken. Over de taalproblemen in de omgang met Italiaanse, Spaanse en Britse collega’s. Ja, allemaal in het Engels. Je verstaat elkaar wel – hoewel soms met moeite – maar je begrijpt elkaar echt niet altijd. Zoals van die aangevraagde computer, die wel was verzonden maar steeds niet werd ontvangen. Die bleek wel aangekomen, maar op de verpakking stond ‘workstation’, werd niet als computer herkend en dus niet bij de aanvrager afgeleverd! En dan de minister die een beroep deed op luchttransport dat conflicteerde met operationele inzet. Overste Kleinreesink gaf prioriteit aan die operationele inzet. De ogen van veel collega’s waren met spanning op haar gericht. Hoe zal dat aflopen? Zij kon haar besluit, dat inhield dat de minister tegen zijn zin een dag moest wachten, echter goed verdedigen. Het land van deze minister, dat geen luchttransport aan ISAF ter beschikking had gesteld, bood dat na dit voorval wel aan. Maar het aanbod werd afgeslagen omdat het om een vliegtuig ging zonder apparatuur voor zelfbescherming. Deze en andere verhalen van overste Kleinreesink staan beschreven in haar boek “Officier in Afghanistan”. Na afloop van de bijeenkomst schaften meerdere aanwezigen zich dat boek aan, ter plaatse gesigneerd door de schrijfster.


Op 20 februari vond weer ons traditionele jaarlijkse regiodiner plaats. Als eregast mochten we André Kuipers begroeten. Aan de zeventig dinergasten vertelde hij op uiterst onderhoudende wijze over zijn tweede ruimtereis. Over de reis zelf, maar ook over wat eraan vooraf ging. Kuipers (52) behaalde in 1987 zijn artsexamen en deed in dienst van de Koninklijke Luchtmacht onderzoek naar ruimteziekte en evenwichtsgevoel. Na een strenge selectie en jarenlange voorbereiding maakte hij in april 2004 zijn eerste ruimtevlucht van tien dagen aan boord van het internationale ruimtestation ISS. Na opnieuw een zware selectie kwam hij in aanmerking voor een tweede ruimtevlucht. Omdat Kuipers reserve capsulecommandant zou worden, moest hij ook (luchtvaarttechnisch) Russisch leren, inclusief de vele afkortingen die in de instructies en op de instrumenten staan. Op 21 december 2011 vertrok Kuipers van de Bajkonoer lanceerbasis in Kazachstan met een Sojoezraket naar het ISS, samen met een Rus en een Amerikaan. Eén van de gasten vraagt of hij zich in die Russische raket wel veilig voelde. Kuipers vertelt dat de Russische rakettechnologie niet de modernste – zo wordt nog vloeibare brandstof gebruikt - maar wel beproefd en betrouwbaar is. Na twee etmalen werd de capsule gekoppeld aan het ISS met aan boord nog drie astronauten. Dan vertelt Kuipers van het leven en werken aan boord in de zes maanden die volgen. Hij voert tal van experimenten uit en speelt een belangrijke rol bij het koppelen van enkele ruimtevaartuigen aan de ISS. Verder wordt er ten minste een uur per dag aan fitness en trainingen op een loopband gedaan. Want zo’n langdurige ruimtereis is lichamelijk niet echt gezond: er is straling uit de ruimte, botten gaan ontkalken en spieren worden slap. En er is ook ander gevaar. Op een dag werd er gewaarschuwd dat er een groot stuk ruimteafval op het ISS af kwam. De astronauten moesten als veiligheidsmaatregel vanuit het ISS plaatsnemen in de Sojoezcapsule om eventueel toch een veilige terugreis naar de aarde te kunnen maken. Ondanks dit alles geniet Kuipers zichtbaar van zijn verblijf in de ISS. Op prachtige opnamen laat hij ons zien hoe hij met veel plezier speelt met de gewichtloosheid. Ook maakt hij vanuit het ruimtestation verbluffend mooie foto’s en video-opnames van de aarde. Maar na zes maanden wil hij toch ook wel weer naar zijn gezin, familie en vrienden en genieten van frisse lucht en een douche die hij in het ISS heeft moeten missen. De terugkeer naar de aarde is het minst plezierige stuk van de ruimtereis. De mannen krijgen bij het afremmen in de dampkring flinke g-krachten te verwerken. Op tien kilometer hoogte gaan de grote parachute open en een kwartier later komt de capsule met een klap neer op de steppen van Kazachstan. Kuipers heeft flink pijn want in de krappe ruimte zit zijn been klem. Maar eenmaal in de stoel gehesen kijkt hij weer met de bekende lach op z’n gezicht in de camera’s. Het is 1 juli 2012, de reis er op, het revalideren en debriefen begint. En het vertellen over zijn reis, wat hij ook deze avond voor een enthousiast gehoor met verve heeft gedaan. Een zeer geslaagde bijeenkomst!






Ruim dertig leden verzamelden zich wat onwennig op 7 januari voor de nieuwjaarsbijeenkomst, voor de eerste keer in De Basis te Doorn. Na de traditionele uitwisseling van goede wensen nam voorzitter Ferdinand Schuering het woord en heette een ieder van harte welkom. Hij keek tevreden terug op het afgelopen jaar en blikte verwachtingsvol vooruit naar het nieuwe seizoen: het jubeljaar (100 jaar!) voor de Koninklijke Luchtmacht en het 65e jubileum voor de KNVOL. Juist in deze financieel zware tijden voor Defensie moet de Koninklijke Luchtmacht kunnen rekenen op de (morele) steun van haar ambassadeurs van de KNVOL. In ieder geval zal het bestuur van de regio Soesterberg zijn leden zo goed mogelijk blijven informeren over het wel en wee van onze luchtmacht, opdat de doelstelling van de KNVOL om de belangstelling voor en de interesse in de Koninklijke Luchtmacht te stimuleren en zo breed mogelijk uit te dragen in de Nederlandse samenleving, zo goed mogelijk kan worden gerealiseerd.
Het nieuwe programma voor het eerste halfjaar 2013 is naar de leden verzonden. U kunt dit ptrogramma ook vinden in de sectie Algemeen van onze regiopagina. Let op: datum ALV is gewijzigd in VRIJDAG 17 MEI. Aanmelden vóór 17 april! Bovendien staat in het programma de juiste datum voor de excursie naar het CML: Vrijdag 7 juni 2013.